Thorians Staffords: SOULMATES FOR LIFE!

Inentingen

Ook de gezondste honden moeten af en toe een bezoekje aan de dierenarts brengen. Al was het maar eenmaal per jaar voor zijn vaccinatie. Waarom is dit zo belangrijk? Een bekend spreekwoord zegt het al: "voorkomen is beter dan genezen". Voor een aantal ziekten geldt dat voorkomen de enige manier van "genezen" is. Als bepaalde ziekten een niet-gevaccineerde hond treffen, is zijn kans op gezond worden vaak gering. Soms overleeft hij dankzij de moderne medicijnen en technieken, maar heeft de ziekte bepaalde organen dermate aangetast, dat hij nooit volledig herstelt. Als een goed gevaccineerde hond met dezelfde ziekten in aanraking komt, zal zijn afweersysteem zodanig reageren dat hij niet of veel minder ziek wordt.
Juist voor de pup, waarvan het afweersysteem nog niet volledig op gang is gekomen, is het van levensbelang dat hij is ingeënt. Uw pup is bij ons door de dierenarts al op leeftijd van 6 weken geënt met de zogenaamde puppy-enting (combinatie van Hondenziekte -Canine distemper- en Parvo levend verzwakt). U zult uw pup op leeftijd van 9 en 12 weken nogmaals moeten laten enten, voordat de pup volledig beschermd is. Wanneer de pup tegen welke ziekten moet worden ingeënt is, onder meer, afhankelijk van het merk van het vaccin en van wat u met uw pup wil doen. Wilt u met uw pup zo snel mogelijk op cursus of op vakantie, vertel het uw dierenarts!                                                                                                                           

Let op!!! Laat uw pup, voordat hij zijn laatste inenting heeft gehad en daardoor volledig beschermd is, nog niet uit op een uitlaatveldje en laat hem niet in contact komen met “vreemde” honden.                                                                                                                                                               

 

Over welke ziekten hebben we het hier?                                                                                          

De jaarlijkse cocktail-enting beschermt tegen de volgende ziekten:

  • Hondenziekte (ziekte van Carré);
  • Parvo (geïnactiveerd en verzwakt);
  • Coronavirus;
  • Ziekte van Weil (Leptospirose);
  • Leverziekte (Hepatitis);
  • Kennelhoest (Para-influenza).

Als u op vakantie gaat naar het buitenland, zal uw hond bovendien nog moeten worden ingeënt tegen hondsdolheid, oftewel rabiës (minimaal 1 maand voor u vertrekt). Voor Engeland gelden nog strengere regels. Mocht u met uw hondje naar Engeland willen, neem dan even contact op met ons, wij kunnen u er alles over vertellen. De informatie op internet en zelfs bij de dierenarts is niet altijd juist, en daardoor kan het zijn dat u een teleurstelling staat te wachten, wanneer blijkt dat uw hondje de overtocht niet mag maken.
Het immuunsysteem van de hond profiteert overigens pas volledig van de vaccinatie, als zijn afweer op het moment van inenting niet al verzwakt is, bijvoorbeeld door een slechte conditie, een andere ziekteverwekker, bepaalde medicijnen of door
ernstige stress. Let er dus op dat uw hond goed gezond is op het moment van vaccinatie. De dierenarts zal dit ook controleren.
Bewaar uw inentingsbewijzen zorgvuldig, deze hebt u nodig wanneer uw hond in een pension moet of als hij meegaat naar het buitenland. Informeer ook altijd tijdig bij uw dierenarts wat u dan aan eventuele extra inentingen of bewijzen nodig hebt.

 


Wat als uw hondje ziek is?                                                                                                       

Als uw hond minder eetlust heeft, meer drinkt of juist helemaal niet, lusteloos of hangerig is, kortom als hij zich anders dan normaal gedraagt, is het aan te bevelen om de temperatuur eens op te nemen. Gebruik hiervoor een (aparte) digitale thermometer. Deze is sneller en vooral minder gevaarlijk voor uw hond dan de ouderwetse thermometer (geen kwik!).
De temperatuur opnemen bij uw hond hoeft zeker geen probleem te zijn. De temperatuur bij honden wordt rectaal opgenomen. Wrijf het puntje in met wat vaseline of levertraanzalf en breng hem voorzichtig 2 cm in. Het opnemen duurt ongeveer 2 minuten.
De temperatuur bij honden varieert, maar in het algemeen gaat men uit van ongeveer 38° C als normaalwaarde. Zodra uw hond een dag lang een halve graad of meer verhoging heeft, is dit als abnormaal te beschouwen. Constateert u een ondertemperatuur (dus onder de normaalwaarden) dan is dit eigenlijk nog verontrustender. Een bezoek aan de dierenarts moet u dan beslist niet uitstellen. Geef de zieke hond een warme, tochtvrije plaats!     Let op!!! Een Stafford zal niet snel ziekte of pijn vertonen! Houd daar rekening mee! En als een Staffie zich wel ziek toont, ga er dan maar vanuit, dat hij ècht ziek is en laat een dierenarts hem even onderzoeken. Ook als hij last heeft van diarree, moet u hem er niet te lang mee laten doorlopen. U kunt het eerst proberen door hem rijst met gekookte kip te geven in plaats van zijn normale eten, maar als het aanhoudt, zult u toch zeker een bezoekje aan de dierenarts moeten wagen.


Hoe laat ik mijn Staffie medicijnen innemen?
Een pil of poeder kunt u trachten toe te dienen door deze goed in iets lekkers te verpakken, bijvoorbeeld in een plakje worst of kaas. Als deze poging mislukt, moet u iets anders proberen:

  • U neemt de kin van de hond in uw ene hand.
  • Met uw andere hand legt u duim en wijsvinger over de neus van de hond heen en drukt u aan weerszijden de bovenlippen van de hond tegen de onderkant van zijn bovenkiezen, vlak achter zijn hoektanden. Omdat dit een beetje pijnlijk is, zal de hond zijn bek opendoen.
  • U duwt zijn kop een beetje achterover.
  • U legt, met de hand die u onder de kin had, de pil ver achter op de tong van de hond (bijna in zijn keel).
  • Sluit nu de bek, hou het hoofd nog steeds achterover en strijk even omlaag over de keel. Hierdoor is de hond gedwongen te slikken.

Bij het ingeven van vloeibaar medicijn moet u weer het hoofd iets achterover houden, maar nu mag de bek gesloten zijn. Trek nu de lip een klein beetje uit bij de mondhoek en giet hierin met een lepel of een pipetje het medicijn. Dit loopt dan in zijn wangzak en de hond slikt vanzelf.
 


Uitwendige parasieten


Vlooien
zijn wel de meest bekende parasiet van de hond. Zij veroorzaken jeuk en/of irritatie van de huid, wat zeker bij een hond met vlooienallergie kan resulteren in rauwe, exceemachtige plekken. Bovendien zijn vlooien tussengastheer voor de lintworm, zodat uw hond ook hiermee besmet kan raken. Vlooien moeten dus absoluut worden bestreden! Op de markt zijn hiervoor veel middelen te koop: poeders, shampoos, spuitmiddelen, druppels voor op de huid of door het eten... Informeer ernaar bij uw dierenarts en bij de dierenspeciaalzaak.

Teken komen vooral in de zomer voor. Teken nestelen zich bij voorkeur op dunbehaarde gedeelten, zoals op het hoofd en de poten. Ze bijten zich vast door hun kop in de huid te boren. Ze zuigen zich vol met bloed en kunnen wel 1 cm groot worden. Overigens kunt u zelf ook door een teek gebeten worden. Dergelijke beten zijn beslist niet ongevaarlijk, daar teken diverse ernstige ziekten kunnen overbrengen. In Nederland is dat vooral de ziekte van Lyme. Indien deze ziekte in het begin niet goed wordt behandeld, is zij moeilijk te genezen en veroorzaakt o.a. (zeer pijnlijke) aandoeningen aan gewrichten, hart en zenuwstelsel.
Als u of uw hond gebeten is, noteert u de datum van de beet. Als u binnen drie weken rond de plek van de beet een rode ring constateert of last krijgt van griepverschijnselen, of merkt dat de hond niet in orde is, moet u naar de huis- c.q. dierenarts. Deze kan in dit vroege stadium de ziekte effectief behandelen met antibiotica.
Een teek verwijderen gaat als volgt: pak de teek tegen de huid van de hond beet met een tekentang of tussen duim en wijsvinger (niet platdrukken!), draai hem 180 en trek hem er dan uit. De kop moet er uit zijn. Zo niet, dan veroorzaakt dit vaak een nare ontsteking. Na het verwijderen moet u de huid rond de plaats van de beet ontsmetten.
Let op!!!
Nooit de teek verdoven met bijvoorbeeld alcohol of ether. Dit wordt vaak aangeraden, maar is achterhaald. De teek gaat hierdoor namelijk
braken, waardoor hij juist ziekten zal overbrengen.

Luizen zijn er in twee soorten:

  • de haarluis, die zich voedt met haarschilfers en huidvet;
  • de bloedluis, die zich voedt met bloed van de hond, de huid beschadigt en zelfs bloedarmoede kan veroorzaken. Deze soort komt het meest voor.

Luizen zijn herkenbaar aan langgerekte witte stippen (neten) op de haren van de hond.

jten zijn heel klein, nauwelijks te zien. Mijten graven gangen in de huid waarin de eieren worden gelegd. Het veroorzaakt irritatie van de huid, kale plekken en ontstekingen.

Bij pups kan demodex  canis (puppyschurft) voorkomen. Ook dit is een mijt. Wanneer de pup een “schaafwondje” vertoond, kan dat de eerst tekenen zijn van demodex. Uw dierenarts kan een afschraapseltje maken en aantonen of het daadwerkelijk demodex is of niet. Demodex is goed te behandelen in een vroeg stadium. Neem vooral ook contact op met ons, wij kunnen u met raad en daad van dienst zijn. Bovendien is demodex vaak nestgebonden. Dus als wij op de hoogte zijn, kunnen we de overige puppy-eigenaren informeren en we kunnen er rekening mee houden met eventuele volgende nestjes.



Inwendige parasieten


Lintwormen loopt de hond op door hun tussengastheer de vlo op te eten. De volwassen lintworm haakt met zijn kop vast in de darmen van de hond. Zijn lijf bestaat uit vele segmenten met daarop de eitjes. Geregeld wordt zo'n segmentje losgelaten en komt het in de ontlasting terecht. Het ziet er dan uit als een plat plaatje. Opgedroogde segmenten lijken op rijstkorrels en zijn vaak te vinden rond de anus. Lintwormen bestrijden heeft overigens pas zin als ook het vlooienprobleem wordt aangepakt.

Spoelwormen komen vooral bij pups voor, omdat deze nog niet voldoende weerstand hiertegen hebben opgebouwd. De pups krijgen de spoelworm door van de moeder en later door contact met besmette voorwerpen. Verschijnselen: magerheid, dof haar, gebrek aan eetlust en bij een zware infectie dikke ronde buikjes (wormbuikjes). Trouwens, ook mensen kunnen met spoelwormen besmet raken.
Dit waren de twee belangrijkste soorten wormen waarmee de hond besmet kan raken. Er bestaan er echter nog meer. Om besmetting van alle soorten wormen te voorkomen, dient uw hondje regelmatig ontwormd te worden. Bij ons is uw pupje drie maal ontwormd. U dient dit elke twee maanden te herhalen tot een half jaar en daarna is elk half jaar afdoende, het liefste bij een van beide keren één week voor de inenting. Let er wel op dat u ook uw eventuele andere honden gelijktijdig ontwormd, om nieuwe besmetting te voorkomen.

Wij adviseren Drontal te gebruiken als ontwormingsmiddel. 

Wanneer u denkt een of meer van voornoemde parasieten te hebben geconstateerd, dan is het goed uw dierenarts te raadplegen. Ook hier geldt weer: voorkomen is beter dan genezen! Houd het hondenverblijf goed schoon, let regelmatig op de ontlasting en houd steeds de totale gezondheid van de hond in de gaten.

Thorians | staffords@thorians.com